Website van Paul Wagenaar
 

 
StartpaginaStamboomMijn werkHobby'sAllerlei

Regelement
Wagenaars

Een Wagenaar is een wagenmenner.

Er is zelfs een oudhollands spreekwoord dat zegt: 'het is slecht mennen tegen wagenaars'.

Een wagenaar stond er om bekend dat het ruwe bolsters waren, zeker wanneer zij hun wagen (paard en wagen) bestuurden.

Hiernaast is de voorzijde van een reglement uit 1784 opgenomen. De inhoud van het reglement met de verschillende artikelen en een tariefoverzicht van de 'vragtlonen' staat hieronder.

Art. 1.
Niemand zal te Workum een vragtwaagen of chais mogen houden, of verhuren, ten zy dezelve daar toe van de Magistraat vryheit by behoorlijke actie zal hebben bekomen, op boete van 6 Carolus Guldens voor de eerste, 12 Carolus Guldens voor de tweedemaal, en voorts op arbitrale correctie.

Art. 2.
Ieder Voerman zal moeten hebben goede paarden, waagen, en chais; zullende de Magistraat, wanneer goedvind, daar van schouwinge mogen neemen, en 't geen onbekwaam is afkeuren, en 't gebreekige doen herstellen, of vernieuwen binnen bepaalden tyd, op boete van een pond groot in geval van overtreedinge daar van te verbeuren. 

Art. 3.
Geen Voerluiden zullen knegts mogen laaten ryden, als welke ten minsten 18 jaaren oud zyn, en welke van de Magistraat daar toe  bekwaam zyn geoordeelt, op verbeurte insgelyks van 6 Car. Guldens.

Art. 4.
De Voerluiden zullen onder wegs niet lang ofte onbehoorlyk pleisteren, maar hun reis zoo spoedig doenlyk vervorderen, en zullen niet meer als deese Lyst bepaald mogen vraagen, insgelyks geene kosten van hun of hunne paarden of anderzins ten laste van de Passagiers brengen, of om eenig fooy of biergeld vergen op boete als vooren.

Art. 5.
Wanneer een Wagenaar of zyn knegt in zyn dienst als Voerman dronken wordt bevonden, zal de Wagenaar daar over verbeuren 3 Carolus Guldens voor de 1ste, 6 Car.Guldens voor de tweede reis, en op verbeurte van den Reed voor de 3de reis; en zal wanneer bevonden wordt dat een Voerman door dronkenschap of moetwil een waagen heeft omgement, ingelyks dezelve van zyn Reed zyn verstooken, en voorts na exigentie van zaaken gestraft worden.

Art. 6.
De Weegen eenigzins bruikbaar zynde zal geen Voerman op behoorlyke tyd den reis na de bepaalde plaatsen mogen weigeren, op poene dat men zig derwaards ten zynen kosten met een Rytuig zal mogen laaten brengen.

Art. 7.
Zoo wie een Rydtuig heeft afgehuurd, en om andere reedenen dan reegen of onweeder het zelve afzegt, zal daar voor een vierde deel van den vragt betaalen.

Art. 8.
Yemand uit de Veerscheepen over Zee, ofte van elders komende, en geen Burger van Workum zynde, zal, zoo een Rytuig na de bepaalde plaatsen begeert, zig in de eerste plaats vervoegen aan den Zylman op de Workumer Zyl, deeze geen Rydtuig meer hebbende, zal zig kunnen vervoegen by een ander Wagenaar, welke ingelyks voor de bepaalde vragtloonen hem zal moeten bedienen; zullende egter een Burger of Ingezeeten van Workum terstond een Wagenaar mogen verkiesen welken hy wil.

Art. 9.
Yemand met een Rytuig na de gespecificeerde plaatsen gebragt zynde, en met het zelve weeder terug willende ryden zal zulks geduurdende dien dag kunnen doen, mits dan aan den Wagenaar voor zyn vertoeven betalende 12 stuivers, zonder iets meer voor het te rug ryden schuldig te zyn.

Art. 10.
Een ofte meer persoonen van een Rytuig na de gestelde plaatsen gebruik maakende, zullen te vreeden moeten zyn derwaards langs de korste weegen gebragt te worden; en wie, om reedenen, langs andere weegen begeert te ryden, zal daar voor boven de gestelde vragtloonen aan den Wagenaar moeten voldoen.

Art. 11.
Op tyden van kermissen in de gespecificeerde plaatsen zullen de Wagenaars alleen verpligt zyn een over Zee gekomen Vreemdeling derwaards te brengen voor de gestelde vragtloonen, op dat dezelve in zyn reis niet worde verhinderdt.

Art. 12.
Van koffers of zwaare pakken, welke in of aan het Rydtuig kunnen geplaatst worden zal op accoord, voor 't afryden te bepaalen, worden betaald, doch van kleine pakken of doosen, welke buiten hinder van andere kunnen geborgen worden, zal niets worden betaaldt.

Art. 13.
By aldien de Voerluiden op Leuwaarden, de Lemmer, Franeker, Harlingen, en Sneek, zoo laat op den dag worden afgewonnen, dat niet voor Zons ondergang op die plaatsen komen, zullen voor hun nagtverblyf aldaar, boven de bepaalde vragtlonen van den Huurder genieten.voor een Wagen of Chais met twee Paarden 14, voor een Chais met een Paard 18.

Art. 14.
De Zomer Vragten worden gerekend te lopen van den 1
sten Maart tot aan den 1sten November, en de Wintervragten van den 1sten November tot aan den 1sten Maart.

Art. 15.
De Voerlieden zullen tot het waarnemen van de Wintervragten niet verpligt zyn, wanneer het binnen water bevroren is. Des zullen in die tyd die geene, welke met Rydtuig begeren vervoerd te worden, niet verlegen laten, maar in billykheid met dezelve over den vragt accorderen.

van Workum

 

Voor een Wagen van 4. Personen, of Chais met 2 Paarden

Voor een Chais
met 1. Paard

op Leuwaarden

s' Zomers
s' Winters

6 - 10 - :
9 - 10 - :

3 - 10 - :
5 - : - :

op de Lemmer

s' Zomers
s' Winters

6 - : - :
9 - : - :

3 - : - :
4 - 10 - :

op Franeker

s' Zomers
s' Winters

5 - : - :
7 - 10 - :

3 - : - :
4 - : - :

op Harlingen

s' Zomers
s' Winters

4 - 6 - :
5 - 10 - :

2 - 10 - :
3 - 6 - :

op Sneek

s' Zomers
s' Winters

4 - : - :
6 - : - :

2 - 10 - :
3 - 10 - :

op Stavoren

s' Zomers
s' Winters

3 - 10 - :
5 - : - :

2 - : - :
3 - : - :

op Bolsward

s' Zomers
s' Winters

2 - 4 - :
3 - 4 - :

1 - 8 - :
2 - : - :

op Makkum

s' Zomers
s' Winters

2 - : - :
2 - 10 - :

1 - 5 - :
1 - 10 - :

op Coudum

s' Zomers
s' Winters

2 - : - :
2 - 16 - :

1 - 4 - :
1 - 10 - :

op Hindelopen

s' Zomers
s' Winters

1 - 8 - :
2 - : - :

1 - : - :
1 - 8 - :

Bovenstaande Vragtlonen zal een Huurder aan den Wagenaar boven alle Tollen, Schouw- en Sluitgelden vry moeten betalen.

Aldus geresolveerd, en by Correctie en ampliatie van vorige Reglementen gesteld den 10 February 1784. in kennisse van ons Pręsident en Secretaris was get.)

R. Ackringa, D. Tieboel